Heb ik een externe facilitator nodig?



    Geef je situatie aan

    A. Aantal deelnemers
    1 6 of minder
    2 6 – 20
    3 21 – 60
    6 Meer dan 60
    1236
    B. Herkomst deelnemers
    1 Zelfde groep, achtergrond, afdeling, functie, binnen één organisatie
    2 Zelfde groep of organisatie, verschillende achtergrond, functies, afdelingen
    3 Zelfde groep of organisatie met enkele van daarbuiten
    6 Van verschillende organisaties, (publieke) groepen en/of tegenstanders
    1236
    C. Overeenkomsten deelnemers
    1 Vergelijkbare opleiding, status, achtergrond, we kennen elkaar
    2 Vergelijkbare opleiding, status, achtergrond, ze kennen elkaar enigszins
    3 Verschillen in opleiding, status of achtergrond. Ze kennen elkaar nauwelijks
    6 Generatie-, status-, taal- en/of cultuurverschillen. Kennen elkaar niet.
    1236
    D. Positie deelnemers
    1 Gezamenlijk belang
    2 Aanvullende belangen (in keten)
    3 Tegenstrijdige belangen (concurrenten) maar ongeveer gelijkwaardig
    6 Tegenstrijdige belangen en ongelijkwaardige machtsverhoudingen
    1236
    E. Tijdsdruk
    1 Noodsituatie: situatie is acuut, snel, binnen twee dagen tot weken resultaat
    2 Tijdsdruk, resultaat nodig binnen weken tot maanden
    3 Op enige termijn; besluiten met reikwijdte van maanden tot jaar
    6 Lange termijn; beleid, innovatie, verkenning: meer dan een jaar
    1236
    F. Complexiteit of frequentie
    1 Weinig ingewikkeld, duidelijk, routinematig of wekelijks bijeenkomst
    2 Enige ingewikkeldheid of maandelijkse bijeenkomst
    3 Ingewikkeld, onzekerheden of jaarlijkse bijeenkomst; congres, conferentie
    6 Complex, eenmalige of unieke bijeenkomst; project opstart, projectevaluatie
    1236
    G. Risico
    1 Geen of weinig, resultaten bekend en haalbaar
    2 Enig risico, resultaten onduidelijk of moeilijk haalbaar
    3 Risicovol, resultaten onduidelijk en haalbaarheid onduidelijk
    6 Hoog (afbreuk)risico, (ernstige) negatieve gevolgen bij uitblijven resultaten
    1236
    H. Uitgaven versus inkomsten
    1 Routine, alleen interne kosten of vaste kosten
    2 Enige extra uitgaven, marginaal effect op inkomsten
    3 Veel uitgaven: aan deelnemers, sprekers, ruimte; Groot effect op inkomsten
    6 Investeringen: Return on Investment belangrijk
    1236

    Verstuur je scores